intro image


Communicatie leidt soms eerder tot verwijdering dan tot verbinding. In het publieke domein liggen verwijten, irritatie en woede vaak dicht aan de oppervlakte. De Amerikaanse psycholoog Rosenberg laat zien hoe je in een gesprek bruggen kunt bouwen.

(Door Bas Popkema)
Het zal ongeveer twee maanden geleden geweest zijn. Ik kwam aanrijden bij een stoplicht. Voor me stond een auto van het type dat mijn opa zaliger placht te omschrijven als een ‘luxewagen’. Tot mijn schrik zag ik dat de auto langzaam achteruit rolde – de weg liep op deze plek heel licht omhoog. Nog voor ik kon toeteren of achteruit kon rijden, kwam zijn trekhaak met een zacht tikje tegen mijn bumper aan. Oeps …

Stootje
Geen nood, dacht ik, mijn auto kan tegen een stootje. En dat wilde ik de bestuurder – die uitstapte en naar me toe kwam – ook vertellen. Maar toen ik mijn raampje opendraaide, begon hij me uit te schelden in bewoordingen die ik hier niet op schrift zal stellen. Vervolgens maakte hij een foto van mijn nummerbord en dreigde in felle taal dat hij me wel terug zou pakken. Want volgens hem was niet hij, maar ik degene die botste. Voor ik daar iets van kon vinden, reed hij alweer weg.

Geen gesprek
Dit zou je een duidelijk gevalletje gewelddadige communicatie kunnen noemen. Iemand wordt boos, gooit zijn oordeel over de schutting, dreigt met represailles en laat geen ruimte voor het gesprek. Precies het tegenovergestelde van geweldloze communicatie, een term die gebakken werd door Marshall Rosenberg. Deze Amerikaanse psycholoog constateerde dat we elkaar in intermenselijke contacten nogal eens onrecht aandoen. Soms met harde woorden, soms met subtiele verwijten of oordelen. Je hoeft niet ver te zoeken om de voorbeelden tegen te komen – in het publieke debat is verbaal geweld aan de orde van de dag.

Oog voor behoeften
Rosenberg ontwikkelde een communicatiemodel dat erop gericht is om het tegenovergestelde te doen: mensen niet uit elkaar te drijven, maar dichter bij elkaar te brengen. Hij ging ervan uit dat communicatie vaak misloopt omdat we geen oog hebben voor de behoeften van anderen én van onszelf. ‘In our culture, most of us have been trained to ignore our own wants and to discount our needs’, zei Rosenberg.

Vier elementen
De psycholoog koos in gesprekken voor een andere benadering. Zijn model gaat uit van vier elementen, waarbij het in de kern draait om empathisch luisteren en eerlijk spreken:

1. Waarnemen: Neem de tijd om waar te nemen wat er nu eigenlijk gebeurt in de interactie met de ander, zonder meteen klaar te staan met (voor)oordelen of verwijten. Bespreek wat je ziet, zonder het te labelen.
2. Gevoelens: Maak ruimte voor dat wat de situatie bij jou en de ander oproept. Wat gebeurt er bij jou vanbinnen? Benoem die gevoelens, zonder daar een oordeel aan te hangen.
3. Behoeften: Kijk waar de ander en/of jijzelf behoefte aan heeft. Ieder mens wil graag gehoord, gezien en gerespecteerd worden.
4. Verzoeken: Geef aan wat je graag zou willen, en kijk wat de ander graag wil. Maar formuleer je wensen niet als een eis of een bevel. Leg je verzoek neer en kijk of je (al dan niet samen) tot een oplossing kunt komen.

Soft
Met deze manier van communiceren prik je door de buitenkant heen en zoek je op een dieper niveau contact met mensen. Dat klinkt je misschien soft in de oren, maar Rosenberg was bepaald geen softie. Hij bracht zijn theorie in de praktijk als peacemaker in gebieden die door oorlogen en geweld verscheurd waren – noem Rwanda, Servië, Noord-Ierland of het Midden-Oosten. Zijn geweldloze communicatie is hard werken. Maar het helpt je wel om te doen waar communicatie voor bedoeld is: echte verbinding maken. En dat kunnen we in de samenleving van vandaag wel gebruiken.